PTP — NL
Tekst bij PTP.
PTP-kader: Pressure, Temperature, Pain
In de huidzintuigen worden drie afzonderlijke systemen onderscheiden—druk, temperatuur en pijn—die elk tot verschillende fenomenologische ervaringen leiden. Rondom de huidschilderijen zijn andere afgeleiden en series ontstaan die onder de constructie van PTP plaats en betekenis krijgen. PTP functioneert zo als interpretatief raster dat het huid-oppervlak koppelt aan zintuig, emotie en context. Als fysieke huid-realiteit verwijst Pressure naar druk op of tegen het oppervlak, naar spanning en compressie; Temperature naar warmte en koude als sensatie en sfeer; Pain naar pijn als signaal van lichaam en grens. Tegelijk biedt PTP een psychische en sociaal-politieke vertaling: Pressure wordt stress, dwang, ideologie en sociale druk; Temperature wordt stemming, affect en atmosfeer; Pain wordt trauma, verlies en historische last.
De PTP-structuur (Pressure, Temperature, Pain) is het raamwerk waarmee de verschillende reeksen in het werk logisch samenhangen.
Op een raster van 3 x 3 de rijen:
**Pressure / druk** bundelt de werken rond ideologie en macht: bewerkte vlaggen en symbolen, én tekst (animus en herschreven publieke teksten) als dragers van collectieve conditionering.
**Temperature / temperatuur** focust op lichaam en materie: skin paintings, organen- en weefselschilderijen (inner), en noise paintings waarin verf als energie/massa verschijnt.
**Pain / pijn** gaat over trauma en confrontatie met het rauwe: ready mades, outside-foto’s en conceptuele werken. Samen vormen die drie assen één samenhangend veld waarin het zintuiglijke (huid), het maatschappelijke (druk) en het existentiële (pijn) elkaar continu beïnvloeden.
Op een raster van 3 x 3 de kolommen:
Unborn / Ongeboren
Het pré-beeld: de ongrond, het veld van ruis/potentie waaruit nog allerlei patronen kunnen ontstaan — vóór herkenning, vóór verhaal, vóór ideologie. In je eigen termen: “de altijd presente oorsprong… de ruis (ongrond), waaruit zich alle mogelijke patronen kunnen vormen”
Real / Werkelijk
Het gemanifesteerde: wat in waarneming en taal tot object/beeld/teken wordt (dus: de wereld zoals we die als ‘echt’ aannemen). Dit sluit aan bij je “kennend vlies” en het idee dat objecten bestaan via zintuiglijke bevestiging
Entropy / Entropie (Ontbinding)
Het uiteenvallen/terugvallen: vorm die weer oplost in ruis, betekenis die degradeert, materie die “werkt” (lekken, scheuren, verschuiven), en het moment als destructie én vrijheid. Je beschrijft dit expliciet als van vorming tot in leven ontbonden en als processen waarin lagen/woorden/geluid uiteindelijk oplossen in grondtoon/ruis
Binnen het 3×3-raster wordt de samenstelling van verschillende werken tot één geheel de manier waarop PTP als totaalbeeld functioneert: de afzonderlijke reeksen activeren elkaars betekenissen. Een werk krijgt zijn lading in relatie tot andere werken—binnen én tussen series—en in installaties functioneert alles als totaalbeeld waarin schilderijen, objecten en soms geluid/tekst als netwerk op elkaar inhaken. PTP ontstaat zo niet als optelsom van losse categorieën, maar als één autonoom veld waarin druk, lichaam en pijn telkens verschuiven tussen ongrond (Unborn), manifestatie (Real) en ontbinding (Entropy)—en waarin de "grondtoon" van het geheel de onderdelen telkens opnieuw samenbindt.
A. Samenstelling (meerdere autonome werken als installatie)
Autonome werken uit verschillende series worden ruimtelijk samengebracht.
B. Letterlijk samengesteld werk (één nieuw object/schilderij)
Elementen uit verschillende series worden fysiek geïntegreerd tot één nieuw werk.
C. Serie-werk met externe toevoeging
Een werk uit één serie krijgt een ingreep/toevoeging van buitenaf.
D. Barok-allegorische tableau-serie (PTP als totaalbeeld)
PTP wordt in één hermetisch tableau verdicht.
E. Video
F. Sound
Bewerk bronbestand: board1.txt